ECLI:NL:RBZWB:2025:3187

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 maart 2025
Publicatiedatum
23 mei 2025
Zaaknummer
10855304 MB VERZ 23-739
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 154b GemeentewetArt. 10 lid 1 Afvalstoffenverordening
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen bestuurlijke boete voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval

Betrokkene kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het aanbieden van huishoudelijk afval buiten het aangewezen inzamelmiddel op 11 september 2023 te Breda. Betrokkene maakte bezwaar, dat door het college werd afgewezen, waarna beroep werd ingesteld bij de kantonrechter.

De gemachtigde van betrokkene stelde dat betrokkene niet zelf de overtreding had begaan, maar dat een dakloze de afvaldoos uit de container had gehaald en elders had achtergelaten. Dit werd onderbouwd met een geloofwaardige en logische verklaring, mede gezien de nabijheid van een daklozenopvang.

De kantonrechter oordeelde dat het bewijsvermoeden dat de eigenaar van het afval ook de overtreder is, kan worden weerlegd door een aannemelijke verklaring. In dit geval was er voldoende twijfel over de schuld van betrokkene, waardoor de boete ten onrechte was opgelegd.

De rechtbank vernietigde het besluit tot boeteoplegging en beval terugbetaling van de betaalde zekerheidstelling van €500. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10855304 \ MB VERZ 23-739
beschikkingsnummer : 11092309204360557600
uitspraakdatum : 11 maart 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep inzake een boete op grond van artikel 154b van de Gemeentewet
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een bestuurlijke boete opgelegd. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: het college). Het college heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dat besluit is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 maart 2025. Namens het college zijn verschenen [zittingsvertegenwoordiger 1] en [zittingsvertegenwoordiger 2] (hierna: zittingsvertegenwoordigers). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: huishoudelijke afvalstoffen anders aanbieden dan via het aangewezen inzamelmiddel op 11 september 2023 om 09:20 uur op de Markkade te Breda (art. 10 lid Pro 1 Afvalstoffenverordening).
Gemachtigde is de eigenaar van het bedrijf. Hij heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat hij de gedraging niet heeft verricht. Gemachtigde stelt dat het buiten zijn controle valt dat een derde, in dit geval een dakloze, de doos uit de container heeft gehaald en elders heeft achtergelaten. Begrijpelijk is daarbij dat de doos herleidbaar was tot zijn bedrijf, maar dit bewijst niet automatisch dat hij de overtreder is. Voor het leveren van bewijsstukken zou het voor gemachtigde inhouden dat extra kosten gemaakt moeten worden om telkens het bedrijfsaval op een veilige manier aan te bieden en dit telkens te bewijzen, bijvoorbeeld door het plaatsen van camera’s.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat hij in het bezit is van een container voor papier. Die zet gemachtigde buiten vanaf 8 uur en de gemeente haalt het vervolgens op. In dit geval ging dat ook zo, maar met dit verschil dat mogelijk een dakloze een doos heeft gepakt zonder dat gemachtigde hier bewust van was wegens het werken. Gemachtigde heeft vaker gezien dat daklozen dit doen, bijvoorbeeld om spullen die zij bij zich hebben in dozen te stoppen. Gemachtigde heeft ook geen reden om een kartonnen doos weg te gooien bij de Markkade, terwijl zijn bedrijf gevestigd is op de [straat]. Bovendien had betrokkene twee boetes van dezelfde plaats en gedraging, waarvan de eerste boete van een uur eerder is kwijtgescholden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het gaat om een kartonnen doos die op een locatie is gevonden waar het niet voor bestemd is. Gelet op het adreslabel is er beboet. Aangezien het gaat om een rechtspersoon dan wel onderneming wordt de boete met vijf vermenigvuldigd.

Overwegingen

Volgens vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2022:4106) mag in de regel worden aangenomen dat de persoon tot wie de aangetroffen afvalstoffen kunnen worden herleid, ook de overtreder is. Dat noemt men het bewijsvermoeden. Dat is anders indien die persoon aannemelijk maakt dat hij niet degene is geweest die het te handhaven voorschrift heeft geschonden. Van betrokkene wordt dus niet verwacht dat hij onomstotelijk aantoont dat hij de overtreding niet heeft begaan. Het aannemelijk maken kan bijvoorbeeld door het geven van een concrete, gedetailleerde, logische en met objectieve omstandigheden onderbouwde verklaring voor het, zonder toedoen van de beboete persoon, belanden van de aangetroffen afvalstoffen op die plek. Als daarmee voldoende twijfel ontstaat of betrokkene de overtreder is, kan het college niet langer volstaan met een beroep op het bewijsvermoeden en is het aan haar om die twijfel te weerleggen.
In dit geval is het afval tot betrokkene te herleiden, maar de kantonrechter acht de door gemachtigde aangevoerde verklaring voldoende aannemelijk, zodat er te veel twijfel is of de gedraging door betrokkene is verricht. Daarbij is van belang dat het voldoende geloofwaardig is dat een dakloze de doos uit de container kan hebben gehaald, mede gelet op de locatie van het bedrijf, dicht bij de daklozenopvang.
Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beslissing van het college zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door het college worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt het bestreden besluit van het college en het besluit waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt het college op het bedrag van € 500,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: