Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het verkeerd aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op 22 februari 2023 in Breda. Tegen deze boete maakte zij bezwaar bij het college van burgemeester en wethouders, dat het bezwaar ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de rechtbank.
De kern van het geschil was of het afval daadwerkelijk door betrokkene was aangeboden. Het afval werd aangetroffen bij een ondergrondse afvalcontainer en bevatte een huurovereenkomst die herleidbaar was tot het adres van betrokkene, maar niet op haar naam stond. Betrokkene stelde dat het stuk mogelijk door een ander was achtergelaten, mede gezien de wijze van postbezorging en het feit dat het een huurovereenkomst van een vorige bewoner betrof.
De rechtbank oordeelde dat het bewijsvermoeden dat de persoon tot wie het afval herleid kan worden ook de overtreder is, niet opging omdat betrokkene aannemelijk had gemaakt dat zij niet de overtreder was. Het college had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat betrokkene het afval had aangeboden. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het betaalde bedrag terugbetaald. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de boete vernietigd en het betaalde bedrag terugbetaald met vergoeding van proceskosten.