Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens rijden op het fietspad op de Visserstraat te Breda op 16 november 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Tijdens de zitting op 8 april 2025 trok de gemachtigde van betrokkene de eerdere gronden uit het beroepschrift in en verzocht om matiging van de boete en een proceskostenvergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De officier van justitie stemde in met een gedeeltelijke gegrondverklaring en matiging van de boete met 25%.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van foto’s en dat de boete terecht is opgelegd. Wel is de redelijke termijn van berechting overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag en tot vergoeding van de proceskosten van €907,- die betrekking hebben op de fase van overschrijding van de redelijke termijn.
De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd, en betrokkene kreeg een lagere boete opgelegd. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M. Breeman op 8 april 2025.
Uitkomst: De boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en de officier van justitie moet proceskosten vergoeden.