Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A16 te Prinsenbeek op 2 februari 2023. Betrokkene voerde aan dat hij de telefoon alleen vasthield omdat deze uit de houder was gevallen en hij deze moest opnemen vanwege een calamiteit als berger.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat het vasthouden van de telefoon niet gerechtvaardigd was, mede gelet op een vergelijkbare uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het beroep op inhoudelijke gronden werd ongegrond verklaard.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden met ongeveer een maand, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, boete met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.