ECLI:NL:RBZWB:2025:3215

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 april 2025
Publicatiedatum
23 mei 2025
Zaaknummer
10959638 MB VERZ 24-218
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens gevaar of hinder op smalle weg

Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het zodanig stilzetten van een voertuig dat gevaar of hinder werd veroorzaakt op een smalle straat in Raamsdonkveer op 2 augustus 2022. Betrokkene voerde aan dat het voertuig aan het laden en lossen was, waardoor geen sprake was van parkeren, en dat er geen gevaar of hinder was omdat verkeer kon passeren en de gevarenlichten aanstonden.

De officier van justitie handhaafde de boete, stellende dat het voertuig de doorgang belemmerde, ook voor calamiteitendiensten, en dat een pardontijd niet vereist is. De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant en foto's blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat laden en lossen niet relevant is bij het opleggen van deze boete.

Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de zaak met ongeveer acht maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen en een proceskostenvergoeding van €907 toe te kennen.

De kantonrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, matigde de boete tot €112,50 plus administratiekosten, en wees een proceskostenvergoeding toe aan betrokkene.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 10959638 \ MB VERZ 24-218
CJIB-nummer: 7062 5422 5162 4587
uitspraakdatum: 8 april 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 8 april 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is verschenen [gemachtigde]. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd op de Hoge Veer te Raamsdonkveer op 2 augustus 2022 om 20:59 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene was aan het laden en lossen, waardoor geen sprake is van parkeren. Daarnaast heeft de verbalisant in het zaakoverzicht niet opgenomen of de pardontijd in acht is genomen. Het had op de weg van de officier van justitie gelegen om een aanvullend proces-verbaal op te vragen bij de verbalisant. Betrokkene stelt verder geen hinder of gevaar te hebben veroorzaakt, aangezien al het verkeer nog kon passeren. Verder had betrokkene de gevarenlichten aanstaan, die uiteindelijk zijn uitgevallen omdat de accu daardoor leeg was getrokken. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat betrokkene ontkent dat dusdanige hinder is veroorzaakt dat deze feitcode gerechtvaardigd is. Een andere feitcode was juist geweest, zoals bijvoorbeeld voor het in strijd handelen met een parkeerverbod. Voorts is de redelijke termijn overschreden, waardoor gemachtigde primair verzocht om vernietiging van de boete en subsidiair om een matiging.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene stond in een zeer smalle straat stil met een bus die de toegang tot een parkeerplaats smaller maakte. Het voertuig kon daardoor moeilijk gepasseerd worden en volgens de verbalisant konden calamiteitendiensten er niet langs. Voorts is bij deze gedraging een pardontijd niet vereist, want ook in een korte periode kan hinder worden veroorzaakt. Gelet hierop is het beroep inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, ziet de zittingsvertegenwoordiger aanleiding voor een matiging van 25%.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en de foto’s - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
De kantonrechter ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Daarbij is van belang dat de beschrijving van de situatie van de verbalisant overeenkomt met wat de kantonrechter op de foto’s ziet. Het voertuig bevindt zich half op het trottoir in een smalle straat, waardoor calamiteitendiensten kunnen worden belemmerd.
De boete is niet opgelegd voor onjuist parkeren, maar voor het veroorzaken van gevaar of hinder, zodat de vraag of sprake was van laden of lossen niet relevant is.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 23 augustus 2022 en is de redelijke termijn dus met ongeveer acht maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- =
€ 453,50
totaal € 907,00

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 112,50, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 37,50 dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: