Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het zodanig stilzetten van een voertuig dat gevaar of hinder werd veroorzaakt op een smalle straat in Raamsdonkveer op 2 augustus 2022. Betrokkene voerde aan dat het voertuig aan het laden en lossen was, waardoor geen sprake was van parkeren, en dat er geen gevaar of hinder was omdat verkeer kon passeren en de gevarenlichten aanstonden.
De officier van justitie handhaafde de boete, stellende dat het voertuig de doorgang belemmerde, ook voor calamiteitendiensten, en dat een pardontijd niet vereist is. De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant en foto's blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat laden en lossen niet relevant is bij het opleggen van deze boete.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de zaak met ongeveer acht maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen en een proceskostenvergoeding van €907 toe te kennen.
De kantonrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, matigde de boete tot €112,50 plus administratiekosten, en wees een proceskostenvergoeding toe aan betrokkene.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.