Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op een voetgangersgebied op de Visserstraat te Breda op 10 oktober 2022. Betrokkene stelde dat de boete onterecht was omdat het weggedeelte als rijbaan moest worden beschouwd en er geen waarschuwingsperiode was gevolgd zoals vereist volgens het beleidskader digitale handhaving.
De officier van justitie stelde dat de waarschuwingsperiode was verstreken en dat het gebied duidelijk als voetgangersgebied was ingericht, waardoor de boete terecht was opgelegd. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en dat de waarschuwingsperiode inderdaad was verstreken. De bestrating en afwezigheid van stoepranden wezen op een voetgangersgebied.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak met ongeveer vijf maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd met 25% en proceskostenvergoeding toegekend.