Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] N.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het rijden op het fietspad op de Julianalaan te Breda op 23 september 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete omdat hij meent dat niet voldaan is aan de vereisten voor staandehouding volgens artikel 5 Wahv Pro.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene bij de kantonrechter in beroep ging. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was vanwege verkeersdrukte, waardoor de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van de zaak met ongeveer vijf maanden was overschreden. Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25%, droeg de officier van justitie op het teveel betaalde bedrag terug te betalen en kende een proceskostenvergoeding toe aan betrokkene.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M. Breeman op 8 april 2025.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn en de proceskosten worden vergoed.