Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve verkeersboete opgelegd voor rechts inhalen op de Rijksweg te Raamsdonkveer op 14 maart 2023. Betrokkene voerde aan de gedraging niet te hebben verricht en herinnerde zich niets van het incident. Tevens stelde hij dat er geen staandehouding had plaatsgevonden, terwijl dat volgens hem mogelijk was op de locatie. De gemachtigde voerde aanvankelijk ook een schending van de informatieplicht en het hoorrecht aan, maar trok de informatieplichtgronden in nadat de stukken alsnog waren ontvangen.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar de kantonrechter oordeelde dat de verbalisant onvoldoende had gemotiveerd waarom geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Volgens artikel 5 Wahv Pro moet de bestuurder bij constatering van een gedraging worden staande gehouden om identiteit vast te stellen, tenzij dit niet mogelijk is. De summiere verklaring van de verbalisant voldeed niet.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete en beslissing van de officier van justitie vernietigd, en werd het door betrokkene betaalde bedrag terugbetaald. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €1.230,50 toegekend aan betrokkene. De uitspraak is gedaan door kantonrechter M. Breeman op 8 april 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard, de boete vernietigd en proceskostenvergoeding toegekend.