Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden op het voetpad op een specifieke locatie op 7 februari 2023. De gedraging stond vast en werd niet betwist. Betrokkene voerde aan dat hij een uur te vroeg was voor het laden en lossen en enkel het voertuig had gekeerd zonder onveilige situaties te veroorzaken. Ter zitting werd toegelicht dat de bestuurder dacht dat laden en lossen vanaf 16:00 uur was toegestaan, maar dit bleek pas vanaf 17:00 uur te zijn.
De officier van justitie stelde dat de gedraging strikt beboet wordt op basis van camerabeelden en dat betrokkene eerder had moeten keren. Desondanks achtte de officier de omstandigheden aannemelijk en verzocht om matiging van de boete vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.
De kantonrechter achtte de gedraging bewezen en de boete terecht opgelegd, maar vond de omstandigheden voldoende om de boete te matigen tot de helft. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
De uitspraak werd gedaan op 8 april 2025 door kantonrechter M. Breeman. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De boete wegens rijden op het voetpad is gematigd tot de helft en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.