ECLI:NL:RBZWB:2025:3234

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 april 2025
Publicatiedatum
23 mei 2025
Zaaknummer
11174074 MB VERZ 24-812
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens rijden op voetpad met matiging boete

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetpad op 31 december 2022. Betrokkene stelde dat hij slechts een meter het voetpad was ingereden en voor het bord was gestopt, maar de officier van justitie stelde dat de auto grotendeels voorbij het bord was gereden. De kantonrechter oordeelde op basis van een foto dat de gedraging vaststond en dat betrokkene anders had kunnen handelen gezien zijn bekendheid met de situatie.

De boete werd echter gematigd met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn van behandeling, die bijna drie maanden te lang duurde. Hierdoor werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.

De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M. Breeman op 8 april 2025. Betrokkene en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting. Er is tevens proceskostenvergoeding toegekend voor de fase waarin de redelijke termijn werd overschreden.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11174074 \ MB VERZ 24-812
CJIB-nummer: 8062 5422 5507 8936
uitspraakdatum: 8 april 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres 1]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 8 april 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op [adres 2] op 31 december 2022 om 19:59 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt, anders dan wat de officier van justitie aangeeft, dat betrokkene enkel een meter van de straat is ingereden, maar nog voor het bord waarop staat dat je niet verder mag rijden is gestopt. Dit bord staat namelijk iets verder.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op de foto is te zien dat een groot deel van de auto van betrokkene daadwerkelijk voorbij het bord is gereden. Daarom kan de gedraging worden vastgesteld. De zittingsvertegenwoordiger heeft gelezen dat betrokkene om de hoek woont, waardoor kan worden aangenomen dat betrokkene bekend is met de situatie en dus eerder had kunnen keren. Gelet hierop is het beroep inhoudelijk ongegrond, maar omdat de redelijke termijn is overschreden, ziet de zittingsvertegenwoordiger aanleiding voor een matiging van 25%.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de foto - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
Uit de foto blijkt dat betrokkene met het grootste deel van de auto voorbij het bord is gereden, zodat is gehandeld in strijd met de geslotenverklaring. Uit de foto blijkt een snelheid van 0 kilometer per uur, waardoor het verhaal van betrokkene dat alleen sprake was van keren op zich zou kunnen kloppen. De kantonrechter is, mede gelet op het feit dat betrokkene in de buurt van de pleeglocatie woont, van oordeel dat betrokkene anders had kunnen en moeten handelen en op een andere manier had moeten keren óf voorkomen dat hij moest keren. Dat betrokkene dit heeft nagelaten dient voor eigen rekening en risico te komen.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 21 januari 2023 en is de redelijke termijn dus met bijna drie maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 112,50, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 37,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: