Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetpad op 31 december 2022. Betrokkene stelde dat hij slechts een meter het voetpad was ingereden en voor het bord was gestopt, maar de officier van justitie stelde dat de auto grotendeels voorbij het bord was gereden. De kantonrechter oordeelde op basis van een foto dat de gedraging vaststond en dat betrokkene anders had kunnen handelen gezien zijn bekendheid met de situatie.
De boete werd echter gematigd met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn van behandeling, die bijna drie maanden te lang duurde. Hierdoor werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M. Breeman op 8 april 2025. Betrokkene en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting. Er is tevens proceskostenvergoeding toegekend voor de fase waarin de redelijke termijn werd overschreden.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.