In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV om aan haar ex-werkneemster een WIA-uitkering toe te kennen in de vorm van een loongerelateerde werkhervattingsuitkering (WGA) met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, waarbij niet is vastgesteld dat zij duurzaam arbeidsongeschikt is.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen van het UWV concludeerde dat de ex-werkneemster wel volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is, mede vanwege het onzekere ziektebeeld van post-covid en mogelijke toekomstige behandelingen. Eiseres stelt dat het ziektebeeld stabiel is, dat intensieve multidisciplinaire behandeling geen verbetering bracht en dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de beperkingen niet duurzaam zijn.
De rechtbank volgt het beoordelingskader voor duurzaamheid van arbeidsongeschiktheid en constateert dat het UWV onvoldoende concreet heeft onderbouwd waarom verbetering van de belastbaarheid verwacht kan worden. De voorgestelde nieuwe behandeling is te algemeen en onvoldoende toegespitst op de individuele situatie van ex-werkneemster. Hierdoor is het medisch onderzoek niet zorgvuldig genoeg en is de conclusie over niet-duurzaamheid onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en stelt het UWV in de gelegenheid binnen acht weken het motiveringsgebrek te herstellen. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat het UWV hierop heeft gereageerd. Hoger beroep is nog niet mogelijk.