ECLI:NL:RBZWB:2025:3250
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende bewijs
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven naar aanleiding van een mishandeling op 22 augustus 2021 waarbij hij lichamelijk en psychisch letsel zou hebben opgelopen. De Commissie heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser onvoldoende objectieve aanwijzingen heeft geleverd dat hij slachtoffer is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf en omdat het ernstig letsel niet kon worden vastgesteld.
Eiser voerde in beroep aan dat hij psychisch letsel heeft en overhandigde een verklaring van zijn GZ-psycholoog waaruit een posttraumatische stressstoornis bleek. De rechtbank stelde vast dat de Commissie terecht de aanvraag heeft afgewezen omdat de feiten en omstandigheden rondom het incident onduidelijk zijn, met tegenstrijdige verklaringen en twijfels over het waarheidsgehalte van de verklaringen, zoals ook blijkt uit een strafrechterlijke uitspraak.
De rechtbank benadrukte dat de Commissie een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat een uitkering uit het fonds een financiële solidariteit betreft die verantwoord moet worden toegekend. Omdat eiser onvoldoende objectief bewijs leverde en het ernstig letsel niet was vastgesteld ten tijde van het besluit, was de afwijzing redelijk. Het beroep is ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de aanvraag om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende bewijs.