De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) van twee minderjarige kinderen die sinds juli 2023 bij hun vader verblijven. De kinderen zijn uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over de opvoedingssituatie bij de moeder, met wie sinds oktober 2023 vrijwel geen contact meer is. De moeder is onbereikbaar en niet coöperatief, waardoor gezamenlijke gezagsuitoefening niet mogelijk is.
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de OTS voor een jaar, maar achtte drie maanden voldoende gezien de situatie. De vader heeft recentelijk het eenhoofdig gezag verkregen, wat door de rechtbank is vastgesteld omdat voortzetting van gezamenlijk gezag niet in het belang van de kinderen was. De kinderen ontwikkelen zich goed bij de vader.
De kinderrechter oordeelt dat de ondertoezichtstelling verlengd moet worden, maar beperkt de duur tot drie maanden om een goede overdracht van de GI aan de gemeente mogelijk te maken. Dit stelt de gemeente in staat de voorgeschiedenis en huidige situatie te monitoren en ondersteuning te bieden bij eventueel toekomstig contact met de moeder. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en verdere verlenging wordt afgewezen.