ECLI:NL:RBZWB:2025:3304

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 mei 2025
Publicatiedatum
28 mei 2025
Zaaknummer
02/224560-24
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 289 SrArt. 287 SrArt. 45 lid 1 SrArt. 26 lid 1 Wet wapens en munitieArt. 314a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor medeplegen poging doodslag en vuurwapenbezit wegens gebrek aan bewijs

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 15 mei 2025 de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van poging tot doodslag en het voorhanden hebben van een vuurwapen. Verdachte was niet aanwezig, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman. De officier van justitie vorderde vrijspraak en de verdediging betoogde eveneens dat onvoldoende bewijs aanwezig was om tot een veroordeling te komen.

De tenlastelegging betrof het schieten met een vuurwapen op een onbekend gebleven persoon en op de woning van een bewoner, waarbij de uitvoering van het misdrijf niet was voltooid. Daarnaast werd verdachte verweten een vuurwapen van categorie III voorhanden te hebben gehad. De rechtbank oordeelde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte zelf de ten laste gelegde handelingen had verricht of dat hij zodanig nauw en bewust had samengewerkt met anderen dat sprake was van medeplegen.

Ook was er onvoldoende bewijs voor het bezit van het vuurwapen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Daarnaast werd de teruggave gelast van de in beslag genomen personenauto, omdat deze niet vatbaar was voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen poging doodslag en vuurwapenbezit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
parketnummer: 02/224560-24
vonnis van de meervoudige kamer van 28 mei 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
raadsman mr. J. van Weers, advocaat te Amsterdam.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 mei 2025. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie
mr. I.M. Peters en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
1. samen met een ander of anderen heeft geprobeerd een onbekend gebleven persoon opzettelijk, al dan niet met voorbedachte raad, van het leven te beroven;
2. een vuurwapen voorhanden heeft gehad;
3. samen met een ander of anderen heeft geprobeerd de bewoner(s) van de woning aan [adres] opzettelijk van het leven te beroven.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert verdachte van de aan hem ten laste gelegde feiten vrij te spreken.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de aan verdachte ten laste gelegde feiten wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs en verzoekt hem vrij te spreken.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van feiten 1, 2 en 3
De rechtbank is op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting van oordeel dat de aan verdachte onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen, nu er geen bewijs is dat verdachte de ten laste gelegde handelingen zelf heeft gepleegd en ook niet is komen vast te staan dat de betrokkenheid van verdachte bij die handelingen zodanig is geweest dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking en daarmee van medeplegen. Ook bevat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te komen van het voorhanden hebben van een vuurwapen, zoals ten laste gelegd onder feit 2. De rechtbank zal verdachte dan ook van de ten laste gelegde feiten vrijspreken.

5.De overwegingen omtrent het beslag.

5.1
De teruggave aan verdachte
De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen personenauto aan verdachte, aangezien deze personenauto niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen.

6.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt verdachte vrijvan de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten;
Beslag
- gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen voorwerp, te weten:
* 1.00 stuks Personenauto [kenteken] (Omschrijving: PL2000-2024173068-G1245387, Zwart, merk: Toyota, chassisnr: [nummer] , bouwjaar 2009).
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Skalonjic, voorzitter, mr. G.H. Nomes en
mr. J.B. Polak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Huwae, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 mei 2025.

7.Bijlage I

De tenlastelegging
1.
hij op of omstreeks 9 juli 2024 te [plaats]
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om
een onbekend gebleven persoon
opzettelijk en
met voorbedachten rade, in elk geval opzettelijk,
van het leven te beroven
meermalen met een vuurwapen op/in de richting van die persoon heeft
geschoten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 289 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art
47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2.
hij op of omstreeks 9 juli 2024 te [plaats]
een vuurwapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,
een Glock, model 26, 9x19 mm,
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool
voorhanden heeft gehad;
( art 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie )
3.
hij op of omstreeks 9 juli 2024 te [plaats]
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om
de bewoner(s) van de woning gelegen aan [adres]
opzettelijk
van het leven te beroven,
met een vuurwapen in de richting van/op de ruit van de woonkamer van
voornoemde woning te schieten terwijl een bewoner in die woning
aanwezig was,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 287 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art
47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )