Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[naam]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor rechts inhalen op de A27 te Hank op 10 februari 2023. Hij stelde beroep in tegen de boete omdat de verbalisant geen reële mogelijkheid tot staandehouding had, waardoor de boete ten onrechte op kenteken zou zijn opgelegd.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd, omdat de verbalisant in privétijd en met een privévoertuig reed zonder middelen voor staandehouding.
De kantonrechter stelde vast dat de redelijke termijn van behandeling met bijna drie maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% gematigd moest worden. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd: de boete werd gematigd tot € 187,50 plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag werd terugbetaald. De officier van justitie werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 453,50.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M. Breeman op 13 mei 2025 in Breda.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.