Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een verkeersboete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A27 te Nieuwendijk op 27 maart 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, die door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. De kantonrechter behandelde het beroep op 13 mei 2025.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd vaststaat, gebaseerd op de verklaring van de verbalisant. Er was echter geen reële mogelijkheid tot staandehouding vanwege verkeersdrukte en het ontbreken van stopmiddelen in het voertuig van de verbalisant, waardoor de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd.
Daarnaast is de redelijke termijn van behandeling van de zaak met meer dan een maand overschreden, aangezien de boete op 5 april 2023 werd opgelegd en het beroep pas in mei 2025 werd behandeld. Dit leidde tot matiging van de boete met 25%. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene voor de kosten in de fase van de kantonrechter.
De officier van justitie is opgedragen het te veel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen aan betrokkene. De uitspraak is gedaan door kantonrechter M. Breeman en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2025.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en de officier van justitie moet proceskosten vergoeden.