Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetpad aan de Torenstraat 31 te Breda op 5 februari 2023. Betrokkene stelde dat het per ongeluk was en dat hij direct na het betreden van het gebied is omgekeerd. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat het direct keren niet afdoet aan het feit dat het voetgangersgebied is betreden.
De kantonrechter achtte de boete terecht opgelegd en zag geen aanleiding tot inhoudelijke matiging. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met meer dan twee maanden was overschreden. Daarom werd de boete met 25% gematigd conform vaste rechtspraak.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten in de fase van het beroep bij de kantonrechter, met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de lichte matiging. De officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag en tot vergoeding van de proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M. Breeman op 13 mei 2025 in Breda. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn en proceskostenvergoeding toegekend.