Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A58 te Ulvenhout op 3 november 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij aanvankelijk werd betwist dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was, maar dit werd ingetrokken en de gedraging werd ontkend met een beroep op onduidelijke foto.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar gaf aan dat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak was overschreden. De kantonrechter oordeelde dat uit de foto voldoende blijkt dat betrokkene het mobiele apparaat vasthield, waardoor de boete terecht is opgelegd.
Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van bijna zes maanden werd de boete met 25% gematigd. Daarnaast werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten in de fase waarin de termijnoverschrijding plaatsvond.
De kantonrechter wijzigde de beslissing van de officier van justitie door de boete te matigen tot €262,50 plus administratiekosten en beval terugbetaling van het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling. De officier van justitie werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €453,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.