Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg (A16) te Prinsenbeek op 4 mei 2023. Hij stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat de verbalisanten onrechtmatig over de vluchtstrook reden. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt voor de gedraging, ook al reed de verbalisant mogelijk onrechtmatig over de vluchtstrook. Dit is niet relevant voor de bewijswaardering en vormt geen schending van het recht op een eerlijk proces. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met meer dan een week was overschreden.
Daarom werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd tot € 285,- plus € 9 administratiekosten. Tevens moet het teveel betaalde bedrag van € 95,- worden terugbetaald aan betrokkene. De uitspraak werd op 13 mei 2025 gedaan door kantonrechter M. Breeman.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd tot € 285,- wegens overschrijding redelijke termijn.