ECLI:NL:RBZWB:2025:3404

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 april 2025
Publicatiedatum
2 juni 2025
Zaaknummer
11057057 MB VERZ 24-290
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61a RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onvoldoende bewijs vasthouden mobiel apparaat

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A17 te Moerdijk op 27 september 2022. Betrokkene en zijn gemachtigde betwistten dit en stelden dat het ging om een elektronische sigaret met scherm, geen mobiel apparaat.

De verbalisant kon niet met zekerheid vaststellen dat het apparaat een mobiele telefoon was, mede doordat betrokkene in een hoge pick-up truck reed en het zicht beperkt was. De kantonrechter oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat betrokkene de gedraging had verricht en gaf betrokkene het voordeel van de twijfel.

Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete vernietigd en het reeds betaalde bedrag terugbetaald. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11057057 \ MB VERZ 24-290
CJIB-nummer : 9062 5422 5266 6999
uitspraakdatum : 11 april 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 april 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rijksweg A17 te Moerdijk op 27 september 2022 om 11:58 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft in het administratief beroep verklaard dat hij een elektronische sigaret (vape) met een scherm erop in zijn handen had. Gemachtigde stelt dat er niet is voldaan aan de bestanddelen van Artikel 61a RVV 1990. Verbalisant heeft in het zaaksoverzicht verklaard dat betrokkene een elektronisch apparaat vasthield en geen mobiel elektronisch apparaat. Verbalisant dient te controleren of het inderdaad een telefoon betreft, en kan daar niet gemakshalve vanuit gaan. In het aanvullend proces-verbaal wordt ook vermeld dat verbalisant niet met zekerheid kan vaststellen dat betrokkene een mobiele telefoon vasthield. Betrokkene verzoekt om vernietiging van de sanctie. Voorts verzoekt gemachtigde proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de verbalisant niet goed heeft kunnen waarnemen dat betrokkene een mobiel elektronisch apparaat vasthad, nu betrokkene in een hoge pick-up truck reed ten tijde van de vermeende gedraging.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Verbalisant heeft in het zaaksoverzicht verklaard dat hij vanuit het onopvallend dienstvoertuig niet goed kon zien of het apparaat wat bestuurder in zijn hand hield een elektronische sigaret (vape) was. Het scherm was van dusdanig formaat dat het vanuit het onopvallend dienstvoertuig leek op een mobiele telefoon. In tegenstelling tot de verklaring van verbalisant heeft betrokkene de gedraging consistent ontkend. Er bestaat dan ook voldoende twijfel omtrent de verklaring van verbalisant.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat uit de verklaring van verbalisant er niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het ging om een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking. Betrokkene ontkent de gedraging consistent. Betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- =
€ 453,50
totaal € 1.230,50

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 359,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: