ECLI:NL:RBZWB:2025:3405

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 april 2025
Publicatiedatum
2 juni 2025
Zaaknummer
11057126 MB VERZ 24-297
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onduidelijke gedraging en bebording

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vermeend inrijden tegen de verplichte rijrichting op de Landpoortstraat te Willemstad op 17 oktober 2022.

Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, eerst bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter nadat het eerste beroep ongegrond werd verklaard. De gemachtigde voerde aan dat de gedraging niet heeft plaatsgevonden en dat de verklaring van de verbalisant summier was, waardoor niet duidelijk was of er sprake was van een reële mogelijkheid tot staande houden. Tevens werd aangevoerd dat er geen bord C4 aanwezig was op de locatie.

De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht en dat onvoldoende is vastgesteld dat er deugdelijke bebording aanwezig was. Hierdoor is de boete ten onrechte opgelegd en wordt het beroep gegrond verklaard. De beschikking en beslissing worden vernietigd, het betaalde bedrag wordt terugbetaald en proceskosten worden aan betrokkene toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11057126 \ MB VERZ 24-297
CJIB-nummer : 0062 5422 5317 2535
uitspraakdatum : 11 april 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] N.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 april 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: tegen de verplichte rijrichting inrijden ( bord C4, eenrichtingsweg) op de Landpoortstraat te Willemstad op 17 oktober 2022 om 17:54 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. De verklaring van de verbalisant is dermate summier, dat daaruit niet blijkt wat de omstandigheden van het geval waren, waardoor niet goed beoordeeld kan worden of er een reële mogelijkheid was om staande te houden. Zo is niet duidelijk of verbalisant een dienstvoertuig tot zijn beschikking had, in dienstkleding was gekleed of stopmiddelen voor handen had. Daarnaast is de Landpoortstraat een smalle straat waar een lage maximumsnelheid geldt. Gemachtigde verwijst naar uitspraken van het Hof Arnhem-Leeuwarden. Voorts verzoekt gemachtigde proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat er in de Landpoortstraat geen bord C4 aanwezig was. De sanctie komt dan ook voor vernietiging in aanmerking.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit nader onderzoek naar de aanwezigheid van de bebording kan onvoldoende worden vastgesteld dat er sprake was van deugdelijke bebording ten tijde van de vermeende gedraging.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat niet kan worden vastgesteld of er sprake was van deugdelijke bebording ten tijde van de gedraging. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- =
€ 453,50
totaal € 1.230,50

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 159,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: