Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] N.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vermeend inrijden tegen de verplichte rijrichting op de Landpoortstraat te Willemstad op 17 oktober 2022.
Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, eerst bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter nadat het eerste beroep ongegrond werd verklaard. De gemachtigde voerde aan dat de gedraging niet heeft plaatsgevonden en dat de verklaring van de verbalisant summier was, waardoor niet duidelijk was of er sprake was van een reële mogelijkheid tot staande houden. Tevens werd aangevoerd dat er geen bord C4 aanwezig was op de locatie.
De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht en dat onvoldoende is vastgesteld dat er deugdelijke bebording aanwezig was. Hierdoor is de boete ten onrechte opgelegd en wordt het beroep gegrond verklaard. De beschikking en beslissing worden vernietigd, het betaalde bedrag wordt terugbetaald en proceskosten worden aan betrokkene toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.