De vrouw verzocht bij de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen zodat haar minderjarige kind een deel van haar bruiloft zou kunnen bijwonen en de locatie van de omgangsregeling gewijzigd zou worden naar een locatie dichter bij haar woonplaats. De minderjarige verblijft bij pleegouders en de omgang vindt onder begeleiding plaats. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende spoedeisend belang was voor het verzoek, mede omdat de bodemprocedure reeds aanhangig is en de zitting daarvan gepland staat kort na de bruiloft.
De rechtbank nam mee dat de omgangsmomenten recentelijk vaak niet door zijn gegaan, voornamelijk door afzeggingen van de vrouw zelf. De pleegouders hebben een vakantie gepland die afgestemd is op de behoeften van de minderjarige, die kampt met kindeigen problematiek en hechtingsproblemen. De locatie van de omgang is inmiddels vertrouwd voor het kind. De verzoeken van de vrouw zouden, indien inhoudelijk beoordeeld, ook worden afgewezen omdat deze niet in het belang van de minderjarige zijn.
De rechtbank concludeerde dat de omgang kan blijven plaatsvinden zoals gepland en dat er geen noodzaak is voor een voorlopige voorziening. De verzoeken werden daarom afgewezen. De uitspraak werd mondeling gegeven op 28 mei 2025 en schriftelijk vastgesteld op 2 juni 2025.