Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 35 km/u op de A58 trajectcontrole te Roosendaal op 27 november 2022. Zij stelde beroep in tegen de boete, waarbij zij aanvoerde dat de hoge snelheid alleen bij vertrek was vanwege de plotselinge dood van haar moeder. De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De kantonrechter oordeelde echter dat de termijnoverschrijding betrokkene niet kon worden toegerekend vanwege bijzondere omstandigheden.
De kantonrechter stelde vast dat de overtreding feitelijk had plaatsgevonden en dat de verklaring van de verbalisant betrouwbaar was. Betrokkene erkende de overtreding, maar deed een beroep op verzachtende omstandigheden. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn van twee jaar voor de procedure was overschreden, waardoor matiging van de boete met 25% passend werd geacht.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd, de boete werd gematigd tot €289,50 plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag van €96,50 werd terugbetaald aan betrokkene. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.