Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat het motorvoertuig op 16 november 2022 niet verzekerd was volgens RDW-gegevens. Betrokkene betwistte de gedraging en/of de sanctie, maar de officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond. De kantonrechter behandelde het beroep op 11 april 2025.
Uit het dossier blijkt voldoende dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat het de plicht van de kentekenhouder is het voertuig verzekerd of geschorst te houden. De boete is daarom terecht opgelegd. Echter, de totale duur van de procedure bij officier van justitie en kantonrechter overschrijdt de redelijke termijn van twee jaar met drie maanden.
Op grond van vaste rechtspraak leidt deze termijnoverschrijding tot matiging van de boete met 25%. De kantonrechter verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond, matigt de boete tot €300 plus administratiekosten en beveelt terugbetaling van €100 zekerheidstelling aan betrokkene.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete gematigd tot €300 met terugbetaling van €100 zekerheidstelling.