Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het rijden van 30 km per uur te hard op de Zuidelijke Randweg te Moerdijk op 27 januari 2023. Betrokkene voerde aan dat de overtreding niet had plaatsgevonden, stelde vragen over de exacte locatie en tijdstip, en betwijfelde de juistheid van de snelheidsmeting en de identificatie door de verbalisant.
De officier van justitie stelde dat de boete terecht was opgelegd en dat het meetapparaat geldig en gekalibreerd was. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt, tenzij specifieke feiten het tegendeel aantonen. De aangevoerde bezwaren van betrokkene waren onvoldoende om aan de juistheid van de meting te twijfelen.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak was overschreden, aangezien de boete op 27 januari 2023 werd opgelegd en de uitspraak op 11 april 2025 plaatsvond, wat meer dan twee jaar is. Hierdoor werd de boete met 25% gematigd. Het beroep werd aldus gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.