Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Dorpsstraat te Halsteren op 27 augustus 2022. Tegen de boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond op basis van de verklaring van de verbalisant, die voldoende was voor de vaststelling van de overtreding. De kantonrechter stelde vast dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was, omdat de verbalisant in een privévoertuig zonder stopmiddelen reed, waardoor de boete terecht aan de kentekenhouder werd opgelegd.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden met ruim zeven maanden. Dit leidde tot matiging van de boete met 25%. Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot het terugbetalen van teveel betaalde zekerheidstelling en tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in de fase bij de kantonrechter.
Uitkomst: De boete werd met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en de proceskosten werden aan betrokkene vergoed.