Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A16 te Zevenbergschen Hoek op 7 augustus 2022. Betrokkene stelde dat de gedraging niet was verricht en dat onvoldoende bewijs aanwezig was, met name ontbrak een duidelijke foto. De officier van justitie handhaafde de boete, maar betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant en de foto in het dossier voldoende bewijs vormen dat betrokkene het apparaat vasthield. Er waren geen specifieke feiten die de verklaring konden betwijfelen. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van de zaak met ruim zeven maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd.
Daarnaast werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag als zekerheidstelling terug te betalen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.