Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het fietsen op de Brugstraat te Roosendaal op 6 september 2022. Betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat hij het apparaat alleen vasthield terwijl hij stil stond en dat het bij het fietsen een powerbank betrof, geen mobiel apparaat. Tevens werd schending van de informatieplicht aangevoerd en werd een proceskostenvergoeding verzocht.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Er waren geen specifieke feiten die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigden. Het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het besturen van een voertuig is verboden en behoort tot het risico van de bestuurder.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van twee jaar voor de afhandeling van de zaak met ruim zes maanden was overschreden. Daarom werd de boete gematigd met 25%. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene voor de fase bij de kantonrechter, en werd een teveel betaalde zekerheidstelling terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.