ECLI:NL:RBZWB:2025:3417

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 april 2025
Publicatiedatum
2 juni 2025
Zaaknummer
11068616 MB VERZ 24-317
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens overschrijding redelijke termijn

Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor rechts inhalen op de Rijksweg A17 te Standdaarbuiten op 18 november 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie werd afgewezen. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Op 11 april 2025 vond de zitting plaats, waarbij betrokkene en zijn gemachtigde niet verschenen. De kantonrechter oordeelde dat de redelijke termijn van berechting, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, was overschreden omdat de procedure meer dan twee jaar had geduurd vanaf het opleggen van de boete op 29 november 2022.

De overschrijding leidde tot matiging van de boete met 25%. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten in de fase bij de kantonrechter. De officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van te veel betaalde zekerheidstelling en de proceskostenvergoeding.

De beslissing van de officier van justitie werd dus gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard wegens overschrijding redelijke termijn, boete met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer.: 11068616 \ MB VERZ 24-317
CJIB-nummer: 9062 5422 5393 6380
uitspraakdatum: 11 april 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 april 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rechts inhalen waar dat verboden is op de Rijksweg A17 te Standdaarbuiten op 18 november 2022 om 16:16 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. De sanctie werd aan betrokkene opgelegd op 29 november 2022. De zitting staat gepland voor 11 april 2025. De redelijke termijn (Artikel 6 EVRM Pro) is dan ook overschreden in eerste aanleg. Uit de rechtspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden volgt dat dit leidt tot een matiging van de sanctie met 25%.
Onderhavige zaak staat met meerdere zaken op zitting gepland waarin de redelijke termijn is overschreden. Gelet op recente jurisprudentie van het hof is het beroep gedeeltelijk gegrond verklaren in verband met de overschrijding van de redelijke termijn van berechting, onvoldoende om de zaken als samenhangend aan te merken wanneer er voor de verschillende zaken toegespitste gronden zijn aangevoerd (ECLI:NL:GHARL:2025:245). Betrokkene verzoekt u dan ook om de zaken waarin het beroep gedeeltelijk gegrond wordt verklaard in verband met de overschrijding van de redelijke termijn, niet als samenhangend aan te merken. In de zaken waarin de redelijke termijn is overschreden, is immers reeds een op die zaak toegespitst beroepschrift ingediend. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. De sanctie dient met 25% gematigd te worden.

Overwegingen

Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 29 november 2022 en is de redelijke termijn dus met ruim vier maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd.
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend voor de fase bij de kantonrechter:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 187,50 plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 62,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: