Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat de bromfiets niet verzekerd was volgens het RDW-register. Betrokkene voerde aan dat de verzekering correct was overgezet, maar dat de verzekeraar een fout had gemaakt. Tevens gaf betrokkene aan onvoldoende financiële middelen te hebben om de zekerheidstelling te betalen.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter stelde vast dat de gedraging weliswaar had plaatsgevonden, maar dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden omdat betrokkene niet in de gelegenheid was gesteld gehoord te worden. Daarnaast was de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met ruim zeven maanden overschreden.
De kantonrechter matigde daarom de boete met 50% (25% vanwege schending hoorplicht en 25% vanwege termijnoverschrijding) en stelde de zekerheidstelling op nihil. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete is gematigd tot €277,50 plus administratiekosten vanwege schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn.