Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 8 km/u te hard binnen de bebouwde kom in Tilburg op 28 december 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, maar dit werd door de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep te laat was ingediend.
De kantonrechter behandelde het beroep op 2 mei 2025. Betrokkene was niet aanwezig tijdens de zitting. De kantonrechter oordeelde dat de termijn voor het instellen van beroep zes weken bedroeg en dat deze termijn was verstreken. Betrokkene had niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard, waardoor de inhoudelijke beoordeling van de boete achterwege bleef. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bij de officier van justitie wordt ongegrond verklaard wegens termijnoverschrijding.