Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het parkeren van een voertuig op een verboden plek op het Rooseveltplein te Tilburg op 26 september 2023 om 00:50 uur. Betrokkene voerde aan dat het parkeren plaatsvond in een noodsituatie: een personeelslid werd opgehaald bij het ziekenhuis en de auto werd half op het trottoir met gevarenlichten geparkeerd om zo dicht mogelijk bij het huis te komen. De officier van justitie matigde de boete tot € 55,- maar verklaarde het beroep verder ongegrond.
Bij de zitting stelde betrokkene dat er gewacht werd op de zoon van het personeelslid, die met de fiets van het ziekenhuis naar huis moest rijden, en dat het stilzetten van de auto noodzakelijk was om een medemens te helpen. De officier van justitie voerde aan dat het langdurig stilstaan als parkeren wordt gezien en dat het voeren van gevarenlichten hier niets aan verandert.
De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Daarbij werd rekening gehouden met de aard van de noodsituatie en het onrealistische karakter van het verwachten van alertheid op de tijd in dergelijke omstandigheden. De boete is daarom ten onrechte opgelegd en het beroep wordt gegrond verklaard. De opgelegde boete en de beslissing van de officier van justitie worden vernietigd en het betaalde bedrag moet worden terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.