Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het niet dragen van een goedgekeurde helm op 9 augustus 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het ongegrond verklaarde. Hierop volgde beroep bij de kantonrechter.
De zitting vond plaats op 2 mei 2025, waarbij betrokkene en zijn gemachtigde niet verschenen. De kantonrechter oordeelde dat de redelijke termijn van berechting, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, met ruim vier maanden was overschreden omdat de procedure langer dan twee jaar duurde.
Hierdoor werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot terugbetaling van te veel betaalde zekerheidstelling en tot vergoeding van proceskosten van €453,50 voor de fase bij de kantonrechter.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.