ECLI:NL:RBZWB:2025:3454
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit wegens strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel bij WIA-uitkering
Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd en ontving voorschotten. Het UWV weigerde een besluit te nemen over de aanvraag en vorderde de voorschotten terug. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank oordeelt dat het UWV het bezwaar onvolledig heeft beoordeeld, omdat het bezwaar niet als gericht tegen het besluit van 8 juni 2023 werd opgevat, terwijl dit wel had moeten gebeuren.
Eiser voert aan dat hij door ziekte en dakloosheid beperkt is en daardoor oproepen van het UWV niet heeft ontvangen. Het UWV heeft meerdere keren geprobeerd de aanvraag te beoordelen, maar eiser verscheen niet bij de verzekeringsarts. De rechtbank stelt vast dat het UWV het onderzoek in de bezwaarfase opnieuw moet doen en een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen over de WIA-aanvraag en de terugvordering van voorschotten.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en wijst het verzoek van het UWV af om een nieuw besluit als nadere motivering te beschouwen. Het UWV krijgt drie maanden de tijd om een nieuw besluit te nemen na afloop van de beroepstermijn. Het griffierecht wordt aan eiser vergoed, proceskosten niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.