Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 18 december 2024 en alle daarin reeds genoemde stukken;
- de aanvullende producties 128 tot en met 135 zijdens [eisers] ;
- de aanvullende producties 10 en 11 zijdens De Veste en [gedaagde 2 en 3] ;
- de aanvullende productie 10 zijdens KPMG ;
- de zittingsaantekeningen van de mondelinge behandeling van 10 april 2025 en de bij die gelegenheid door alle raadslieden voorgedragen spreekaantekeningen.
2.Het geschil
3.De beoordeling
[tv-programma]meermaals de beleggingen in het fonds aangeprezen en aangegeven dat de daarmee gepaard gaande risico’s beperkt zouden zijn.
[tv-programma]misleidende informatie zou hebben verspreid of zou hebben aangegeven dat de risico’s beperkt zijn.
Voorafgaand aan het adviseren, het verlenen van een beleggingsdienst, het verlenen van een nevendienst of de totstandkoming van een overeenkomst inzake een financieel product niet zijnde een financieel instrument verstrekt een beleggingsonderneming of financiële dienstverlener de consument of, indien het een financieel instrument of verzekering betreft, de cliënt informatie voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van die dienst of dat product”
[tv-programma]maakt het vorenstaande niet anders. Uit dit optreden volgt immers niet dat er sprake is van het verlenen van een (individueel) beleggingsadvies, maar veeleer van een algemene aanprijzing van het beleggingsfonds.
bankrun) terwijl het besluit nog niet definitief is en daar nog rechtsmiddelen tegen openstaan.
€ 178,00(plus de verhoging als in dictum vermeld)
€ 178,00(plus de verhoging als in dictum vermeld)