Belanghebbende heeft samen met haar partner een woon/winkelpand gekocht en betwist de toepassing van het hoge tarief van 10,4% overdrachtsbelasting op het winkelgedeelte. Zij stelt dat het gehele pand als woning moet worden aangemerkt, zodat het verlaagde tarief van 2% van toepassing is.
De rechtbank onderzoekt de aard van het pand aan de hand van het oorspronkelijke bouwdoel, taxatierapporten, de leveringsakte uit 1935, foto’s van de verkoopadvertentie en het gebruik ten tijde van de aankoop. Uit de akte blijkt dat het pand als woon/winkelpand is gebouwd en de begane grond was bij verkoop nog steeds als winkel ingericht.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het pand geheel als woning bestemd is. De taxatie en financiering door belanghebbende veranderen dit niet. Ook het bestemmingsplan is niet doorslaggevend. De verdeling van 1/3 winkel en 2/3 woning in de leveringsakte blijft gelden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het verlaagde tarief wordt niet toegepast en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.