ECLI:NL:RBZWB:2025:3512

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 april 2025
Publicatiedatum
5 juni 2025
Zaaknummer
11332443 CV EXPL 24-3372 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van der Lende-Mulder Smit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 137 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot betaling voorschot VvE, stookkosten en draai-kiepraam door eigenaar appartement

De Vereniging van Eigenaars (VvE) vordert betaling van openstaande voorschotbijdragen, stookkosten en kosten voor een draai-kiepraam van de eigenaar van een appartementsrecht. De gedaagde erkent de achterstallige betalingen, maar voert verweer vanwege vermeend amateuristisch bestuur en onduidelijke afrekening van energiekosten.

De rechtbank stelt vast dat de gedaagde als lid van de VvE gehouden is tot betaling van de voorschotbijdragen en dat de kosten voor het draai-kiepraam niet zijn weersproken. Klachten over het bestuur en beheer van de VvE zijn niet relevant voor de betalingsverplichting en een beroep op opschorting wordt verworpen wegens het ontbreken van een opeisbare tegenvordering.

De stookkosten worden toegewezen omdat de VvE deze voldoende heeft gespecificeerd en de gedaagde dit niet inhoudelijk heeft betwist. De buitengerechtelijke incassokosten worden slechts gedeeltelijk toegewezen vanwege een onjuiste aanmaning. Een door gedaagde ingestelde tegenvordering wordt niet beoordeeld wegens te late indiening.

De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.586,65 plus wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande VvE-voorschotten, stookkosten, draai-kiepraamkosten, rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11332443 \ CV EXPL 24-3372
Vonnis van 9 april 2025
in de zaak van
VERENIGING VAN EIGENAARS [eiser],
te [plaats ] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mw. [naam] ,
tegen
[gedaagde],
te [plaats ] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties,
- het mondeling antwoord, met producties,
- de conclusie van repliek, tevens wijziging van eis, met producties,
- de schriftelijke dupliek, met producties,
- de akte uitlatingen producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
De VvE vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.721,38, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
De VvE legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] , als eigenaar van het appartementsrecht aan [adres] , van rechtswege lid is van de VvE. Overeenkomstig de bepalingen van de splitsingsakte en het modelreglement heeft zij bij diverse vergaderbesluiten de maandelijkse voorschotbijdrage in de kosten van beheer en onderhoud van het appartementencomplex vastgesteld. [gedaagde] heeft tot en met oktober 2024 een bedrag van € 1.113,48 aan opeisbare voorschotbijdragen onbetaald gelaten. Ook dient hij nog te betalen de door de VvE gezonden factuur met betrekking tot de afrekening van stookkosten over het jaar 2023 ter hoogte van € 146,67 en de kosten van een draai-kiepraam ter hoogte van € 245,00. De VvE vordert betaling van deze bedragen. Daarnaast maakt zij aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente.
2.3.
[gedaagde] voert – samengevat – het volgende verweer. Het klopt hij de door de VvE gevorderde bedragen onbetaald heeft gelaten. Dit heeft ermee te maken dat het beheer en het bestuur door de VvE op een amateuristische en ondoorzichtige manier wordt uitgevoerd. Daarnaast heeft [gedaagde] waterlekkageschade geleden door een in 2022 uitgevoerde dakrenovatie en is de afrekening energiekosten niet voorzien van een gebruiksenergienota waaruit kan worden opgemaakt welke kosten voor rekening van [gedaagde] komen.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat [gedaagde] , als eigenaar van het appartementsrecht aan [adres] , van rechtswege lid is van de VvE en uit hoofde daarvan gehouden is de maandelijkse voorschotbijdragen te voldoen. De door de VvE doorbelaste kosten voor het draai-kiepraam zijn door [gedaagde] evenmin weersproken, zodat de verschuldigdheid van die kosten eveneens vaststaat.
3.2.
In het verweer heeft [gedaagde] een aantal klachten geuit over het bestuur en de beheerder van de VvE. Deze klachten, welke overigens gemotiveerd worden weersproken door de VvE, zijn niet relevant bij de beantwoording van de vraag of [gedaagde] al dan niet gehouden is de door de VvE in rekening gebrachte bedragen te voldoen. Een beroep op opschorting komt hem evenmin toe, nu niet is gebleken van een opeisbare tegenvordering van [gedaagde] op de VvE.
3.3.
De vordering van de VvE met betrekking tot de stookkosten is eveneens toewijsbaar. De VvE heeft deze kosten voldoende onderbouwd door middel van een specificatie en toelichting, welke [gedaagde] vervolgens niet meer inhoudelijk heeft weersproken.
3.4.
De conclusie van het voorgaande is dan ook de hoofdsom van € 1.505,15 zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hierna in het dictum bepaald.
3.5.
De VvE vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De door de VvE verzonden aanmaning voldoet niet aan de in artikel 6:96 lid 6 BW Pro gestelde eisen, nu in de aanmaning een lager bedrag is genoemd dan thans wordt gevorderd. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn daarom slechts toewijsbaar tot het in de aanmaning vermelde bedrag, zijnde € 71,09.
3.6.
Bij dupliek heeft [gedaagde] een eis tot schadevergoeding van € 430.000,- gevoegd. Voor zover hij hiermee bedoeld heeft een tegenvordering in te stellen, overweegt de kantonrechter dat hij dit blijkens artikel 137 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering direct in zijn antwoord op de dagvaarding had moeten doen. Door pas in zijn dupliek een tegenvordering op te nemen, is [gedaagde] te laat. De kantonrechter zal deze vordering van [gedaagde] daarom niet verder beoordelen.
3.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de VvE worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
136,63
- griffierecht
328,00
- salaris gemachtigde
510,00
(2,5 punt × € 204,00)
- nakosten
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.076,63

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan de VvE te betalen een bedrag van € 1.586,65, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.505,15, met ingang van 19 september 2024, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.076,63, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2025.