ECLI:NL:RBZWB:2025:3526
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2020 wegens ontbreken nieuw feit en beoordelingsfout inspecteur
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting (IB) 2020 en de bijbehorende belastingrentebeschikking opgelegd door de inspecteur. De inspecteur baseerde de navordering op informatie van de Luxemburgse fiscale autoriteiten die pas na de definitieve aanslag beschikbaar kwam.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag IB 2020 het dossier van belanghebbende, inclusief de gecorrigeerde aanslag IB 2019, had moeten raadplegen. De gelijke feitelijke situatie en het lopende onderzoek naar IB 2019 hadden aanleiding moeten geven tot nader onderzoek. Hierdoor was de inspecteur redelijkerwijs bekend met de onjuistheid in de aangifte IB 2020, zodat geen sprake is van een nieuw feit.
Subsidiair is geoordeeld dat sprake is van een verwijtbaar onjuist inzicht van de inspecteur, aangezien hij de aangifte IB 2020 onterecht geautomatiseerd en zonder nader onderzoek heeft vastgesteld. Dit is een beoordelingsfout die niet kan worden hersteld via de kenbare fout-regeling.
De navorderingsaanslag en belastingrentebeschikking worden daarom vernietigd. Daarnaast moet de inspecteur het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 5 juni 2025.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2020 en de belastingrentebeschikking zijn vernietigd wegens het ontbreken van een nieuw feit en een beoordelingsfout van de inspecteur.