Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
(feit 1),terwijl hij hiervoor geen rijbewijs had
(feit 2)en terwijl deze scooter een mechanisme bevatte waarmee het kenteken onleesbaar kon worden gemaakt
(feit 3).
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
(feit 1 primair), terwijl hij op een scooter reed zonder hiervoor een geldig rijbewijs te hebben
(feit 2)en terwijl hij wist dat op deze scooter een scharnier was aangebracht waarmee het kenteken onleesbaar kon worden gemaakt
(feit 3).
(primair)niet kan worden bewezen nu dubbel opzet ontbreekt. Daarnaast kan niet worden vastgesteld dat door de aan verdachte verweten verkeersgedragingen gevaar voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen te duchten was.
(subsidiair), dan is de verdediging meer subsidiair van mening dat verdachte ook hier partieel dient te worden vrijgesproken van het maken van een wheelie en het rijden zonder rijbewijs.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder feit 1 primair tenlastegelegde;
een werkstraf van 30 uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
15 dagen;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;