Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn WIA-uitkeringsaanvraag door het UWV. Omdat het UWV niet tijdig op het bezwaar heeft beslist, stelde eiser het UWV in gebreke en wendde zich tot de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is vanwege de overschrijding van de beslistermijn. Het UWV gaf aan dat de vertraging het gevolg is van een tekort aan verzekeringsartsen en lange wachttijden voor medische beoordelingen.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen twee maanden na de geplande hoorzitting op 28 mei 2025 alsnog een besluit moet nemen. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000. Het UWV moet ook het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 5 juni 2025. Partijen kunnen binnen zes weken verzet aantekenen tegen deze uitspraak.