ECLI:NL:RBZWB:2025:355

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 januari 2025
Publicatiedatum
24 januari 2025
Zaaknummer
C/02/428845 / JE RK 24-2096
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Jong
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:322 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overdracht van voogdij van Stichting Jeugdbescherming Brabant naar Jeugdbescherming & -reclassering Noord & Veilig Thuis Groningen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 10 januari 2025 een verzoek tot overdracht van voogdij over een minderjarige, geboren in 2013, van Stichting Jeugdbescherming Brabant (JBB) naar Jeugdbescherming & -reclassering Noord & Veilig Thuis Groningen (JBG). De minderjarige verblijft sinds 14 maart 2021 in een gezinshuis dat eind augustus 2024 verhuisde naar het noorden van Nederland, buiten het werkgebied van JBB.

JBB verzocht de rechtbank haar te ontslaan uit de voogdij en stelde dat JBG zich bereid had verklaard de voogdij over te nemen. De moeder en vader waren opgeroepen maar verschenen niet; de minderjarige kon haar mening schriftelijk kenbaar maken. De rechtbank achtte de overdracht in het belang van de minderjarige, mede gezien de gewijzigde woonplaats en de bereidheid van JBG.

De rechtbank besloot JBB te ontslaan uit de voogdij en JBG tot voogd te benoemen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt ook bij hoger beroep. De beslissing werd mondeling gegeven en op 17 januari 2025 schriftelijk vastgelegd.

Uitkomst: De voogdij over de minderjarige wordt overgedragen van Stichting Jeugdbescherming Brabant aan Jeugdbescherming & -reclassering Noord & Veilig Thuis Groningen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/428845 / JE RK 24-2096
Datum uitspraak: 10 januari 2025
Beschikking van de rechtbank over de voogdij overdracht
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
gecertificeerde instelling, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen JBB,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De rechtbank merkt aan als belanghebbende:
JEUGDBESCHERMING & -RECLASSERING NOORD & VEILIG THUIS GRONINGEN,
gecertificeerde instelling, gevestigd te Groningen,
hierna te noemen JBG.
De rechtbank merkt als informanten aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 14 november 2024;
  • de op 6 januari 2025 van de [minderjarige] ontvangen antwoordbrief.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:
- twee vertegenwoordigsters van de GI.
1.3.
Niet verschenen, hoewel behoorlijk opgeroepen zijn:
  • een vertegenwoordiger van JBG;
  • de moeder;
  • de vader.
De kinderrechter begrijpt dat de moeder, opgeroepen op het bij de rechtbank bekende postadres, inmiddels beschermd woont bij [accommodatie] . Uit de namens de GI gegeven mondelinge toelichting blijkt dat zij via WhatsApp met de moeder over het verzoek contact heeft gezocht en dat bij die gelegenheid aan haar de vraag is voorgelegd of zij voornemens is bij de mondelinge behandeling van het verzoek aanwezig te zijn. Daarop is vervolgens door de moeder niet gereageerd.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk haar mening kenbaar te maken. [minderjarige] heeft vervolgens haar mening verwoord in de antwoordbrief, die de rechtbank op 6 januari 2025 heeft ontvangen.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 6 november 2023 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de Stichting Jeugdbescherming Brabant.
2.2.
[minderjarige] verblijft in een gezinshuis op een bij de rechtbank bekend adres.
2.3.
JBG heeft zich bij brief van 12 november 2024 bereid verklaard om de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden.

3.Het verzoek

De verzoekende gecertificeerde instelling JBB verzoekt haar op grond van artikel 1:322, eerste lid sub c van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) te ontslaan uit de voogdij over [minderjarige] , ten gunste van JBG, de in deze zaak als belanghebbende aangemerkte gecertificeerde instelling.
De verzoekende GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.Het standpunt van de verzoeker

4.1.
Door JBB is ter onderbouwing van het verzoek schriftelijk en mondeling aanvullend – samengevat – aangevoerd dat [minderjarige] na een spoeduithuisplaatsing op een crisisgroep sinds 14 maart 2021 in een gezinshuis (geheim adres) woont.
Per eind augustus 2024 is dit gezinshuis verhuisd naar het noorden van Nederland. Gelet op de gewijzigde situatie ten aanzien van [minderjarige] verzoekt JBB de voogdij over haar naar JBG over te dragen. JBG heeft zich schriftelijk bereid verklaard de voogdij over [minderjarige] over te nemen. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van het verzoek heeft JBB daaraan toegevoegd dat de bij [minderjarige] betrokken jeugdbeschermer van JBB eind december 2024 met prepensioen is gegaan. [minderjarige] , de moeder en de vader zijn daarvan op de hoogte gebracht. In de aanloop naar de beoogde voogdij overdracht is er voor tijdelijke vervanging gezorgd. Aangezien JBB ook is betrokken bij [naam 1] , die in de huidige regio blijft wonen, blijft in geval van een voogdij overdracht ten behoeve van [minderjarige] de mogelijkheid van samenwerking tussen de JBB en JBG aanwezig.

5.Het standpunt van [minderjarige]

vindt het jammer dat [naam 2] stopt. Zij begreep haar en luisterde naar haar en wil graag dat zij wordt vervangen door een vergelijkbaar iemand.

6.De beoordeling

6.1.
Op grond van artikel 1:322 BW Pro kan iedere voogd zich van zijn bediening doen ontslaan, indien een daartoe bevoegd persoon/gecertificeerde instelling zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen, en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarigen acht.
6.2.
De rechtbank overweegt het volgende. Per eind augustus 2024 is het gezinshuis waar [minderjarige] perspectief biedend opgroeit verhuisd naar het noorden van Nederland. Daarmee valt het gezinshuis niet langer onder het werkgebied van JBB. Op grond van deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat een overdracht van de voogdij van JBB (de verzoekende GI) naar JBG in het belang van de [minderjarige] is. JBG heeft zich schriftelijk bereid verklaard de voogdij op zich te nemen.
6.3.
Met inachtneming van het vorenstaande zal de rechtbank beslissen dat JBB wordt ontslagen van de voogdij over [minderjarige] en dat JBG tot voogdes over [minderjarige] wordt benoemd.
6.4.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De rechtbank:
7.1.
ontslaat de Stichting Jeugdbescherming Brabant van de voogdij over [minderjarige] ;
7.2.
benoemt tot voogdes over [minderjarige] de Jeugdbescherming & -reclassering Noord & Veilig Thuis Groningen;
7.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
7.4.
verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2025 door mr. De Jong, rechter, in aanwezigheid van Baremans als griffier, en op schrift gesteld op 17 januari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.