De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 mei 2025 een beschikking gegeven over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige verblijft sinds juni 2024 onder voorlopige voogdij en is geplaatst in tijdelijke crisispleeggezinnen. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor de duur van een jaar, met het oog op de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige.
De moeder heeft een belast verleden, is recentelijk zwanger en vertoont weinig stabiliteit en betrokkenheid bij de zorg voor de minderjarige. Er is geen passende plaatsing mogelijk in een moeder-kindhuis op korte termijn. De minderjarige zal langdurig worden geplaatst in een passend pleeggezin, ondanks de reisafstand tot de moeder. De kinderrechter acht stabiliteit, duidelijkheid en inzet van hulpverlening van eerste orde.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en bevat doelen gericht op het waarborgen van veiligheid, onderwijs, en het onderzoeken van mogelijkheden voor een moeder-kindplaatsing. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.