Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 14 april 2025;
- het op 12 mei 2025 van de moeder ontvangen emailbericht, met producties.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van de Raad
- [minderjarige] ervaart de contactmomenten met zijn vader als prettig;
- [minderjarige] ervaart veiligheid om zich te leren uiten naar zijn vader en hij kan zich onderdeel voelen van de contactmomenten doordat er afspraken gemaakt kunnen worden over de inhoud van deze momenten; de contactmomenten moeten als het ware van vader en [minderjarige] zijn; daarvoor acht de Raad nodig dat er gesprekken zullen plaats vinden tussen de vader en [minderjarige];
- er is sprake van betere oudercommunicatie en er kunnen onderling afspraken worden gemaakt, waar mogelijk door het betrekken daarbij van de beide partners;
- de moeder heeft een plek om haar zorgen te uiten en terug te koppelen wat zij ziet bij [minderjarige]; doordat haar vertrouwen groeit durft zij meer los te laten.
5.Het standpunt van [minderjarige]
6.De standpunten van de belanghebbenden
7.Het standpunt van de GI
8.De beoordeling
9.De beslissing
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.