Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [naam] , afdelingsarts.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is opgenomen in een klinische GGZ-instelling vanwege een manisch psychotische decompensatie en verblijft daar onder een crisismaatregel. De burgemeester van Tilburg heeft deze maatregel op 20 mei 2025 genomen. Betrokkene werkt overwegend mee aan de zorg, maar ervaart beperkingen en ziet zichzelf niet als psychiatrisch patiënt.
De afdelingsarts bevestigt dat betrokkene nog steeds in een ernstige toestand verkeert en dat voortzetting van verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel, zoals maatschappelijke teloorgang, verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid, te voorkomen. De rechtbank oordeelt dat de situatie zo ernstig is dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank verleent daarom de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken, waarbij het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, aanbrengen van beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie zijn toegestaan. Andere vormen van verplichte zorg worden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.
De beslissing is genomen met inachtneming van het belang van betrokkene en zijn omgeving, waarbij geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar zijn. De beschikking is op 23 mei 2025 mondeling gegeven en op 30 mei 2025 schriftelijk vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met specifieke vormen van verplichte zorg.