Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad,
waarvan hij, verdachte, en zijn mededader, ernstige reden hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten een of meer
- jerrycans,
- vaten,
- verpakkingen met daarin aceton, ammonia, zoutzuur en procaïne,
- gasmaskers,
- kookplaten,
- ventilatoren,
- ketels,
- gripzakken en
- maatbekers.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 24 maanden;
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad,
waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededaders, wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten een of meer
- jerrycans,
- vaten,
- verpakkingen met daarin aceton, ammonia, zoutzuur en/of procaïne,
- gasmaskers,
- kookplaten,
- ventilatoren,
- ketels,
- gripzakken en/of
- maatbekers;
(Artikel art 10a lid 1 ahf/sub 3 Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht