ECLI:NL:RBZWB:2025:365
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdig indienen tegen vastgestelde woningwaarde 2022
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2022. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank, maar dit beroep werd eveneens niet tijdig ingediend.
De rechtbank oordeelde dat de beroepstermijn van zes weken begon te lopen vanaf de dag na de bekendmaking van de uitspraak op bezwaar, welke op 18 augustus 2022 aan belanghebbende werd verzonden. Hoewel belanghebbende stelde dat hij de uitspraak pas na het verstrijken van de termijn ontving, was zijn beroepschrift pas op 20 februari 2023 ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn.
De rechtbank vond geen gronden om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen, ondanks de stelling van belanghebbende dat post naar Duitsland vertraagd werd en hij de voorkeur gaf aan e-mailcommunicatie. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk beoordeeld.
Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug en er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter J.P.A. Boersma en griffier S.A.C. Deeleman op 24 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.