ECLI:NL:RBZWB:2025:3656

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 juni 2025
Publicatiedatum
12 juni 2025
Zaaknummer
RK 25-000168
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding ex artikel 530 Sv voor kosten rechtsbijstand en verzoekschrift

Verzoeker heeft op 3 januari 2025 een verzoekschrift ingediend tot toekenning van een schadevergoeding op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het verzoek betreft een vergoeding van €2.902,32 voor kosten rechtsbijstand en een forfaitaire vergoeding van €340,00 voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift.

De officier van justitie heeft schriftelijk aangegeven het verzoek te steunen. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen verschil van mening bestaat tussen verzoeker en het Openbaar Ministerie. Op 29 april 2025 vond de pro-formabehandeling plaats waarbij verzoeker en zijn advocaat niet aanwezig waren, maar de officier van justitie wel.

De rechtbank oordeelt dat de zaak zonder strafoplegging is geëindigd en dat de voorwaarden voor toekenning van de vergoeding op grond van billijkheid aanwezig zijn. De gevorderde kosten van rechtsbijstand zijn voldoende onderbouwd en worden volledig toegewezen. Ook wordt het forfaitaire bedrag voor het verzoekschrift toegekend. De totale vergoeding van €3.242,32 wordt toegewezen en zal worden overgemaakt aan de advocaat en de stichting beheer derden gelden.

Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schadevergoeding toe voor kosten rechtsbijstand en het verzoekschrift tot een totaalbedrag van €3.242,32.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-154488-24
raadkamernummer : 25-000168
datum : 4 juni 2025
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1947 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. N. Wouters, Lange Noordstraat 29, 4331 CB Middelburg,
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 3 januari 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 2.902,32, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 31 oktober 2024;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Namens verzoekster is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen.
De officier van justitie heeft zich in de schriftelijke reactie op het standpunt gesteld dat het verzoek kan worden toegewezen.
De rechtbank heeft voorafgaand aan de behandeling vastgesteld dat er geen verschil bestaat tussen het standpunt van verzoekster in het verzoekschrift en de reactie van de officier van justitie. Hierover is contact opgenomen met de advocaat en de officier van justitie. Zij hebben op voorhand schriftelijk hun standpunten kenbaar gemaakt. Verzoekster en officier van justitie hebben ingestemd met een pro-formabehandeling van het verzoekschrift, waarbij verzoekster en de advocaat niet in raadkamer hoeven te verschijnen.
Op 29 april 2025 heeft het onderzoek door de openbare raadkamer plaatsgevonden. Hierbij was de officier van justitie, mr. E. Kranendonk, aanwezig. Verzoekster en de advocaat zijn hierbij niet verschenen.

2.De beoordelingDe zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend, tenzij de advocaat was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van
€ 2.902,32is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van
€ 340,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 3.242,32, bestaande uit:
- € 2.902,32 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 2.902,32zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Wouters & Wouters Advocaten te Middelburg, onder vermelding van “[verzoeker]/25-000168”.
bepaalt dat een bedrag van
€ 340,00zal worden overgemaakt op rekeningnummer NL76RABO 0132265850 ten name van Wouters & Wouters advocaten, onder vermelding van “[verzoeker]/25-000168”.
Deze beslissing is op 4 juni 2025 genomen door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 4 juni 2025.
De griffier is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.