De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot 4 juli 2025. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit en de minderjarige woont bij de moeder. De kinderrechter had eerder de ondertoezichtstelling ambtshalve verlengd tot 4 februari 2025.
Tijdens de zitting op 13 januari 2025 waren de ouders en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig. De GI stelt dat de ouders vooruitgang boeken in hun samenwerking en opvoeding, maar dat een korte verlenging noodzakelijk is vanwege een lopende procedure tussen de vader en de school van de minderjarige. De GI benadrukt het belang van een warme overdracht naar het vrijwillige kader en wil geen wijziging van GI of benoeming van een bijzondere curator.
De vader erkent het goede contact met de huidige jeugdzorgwerker maar vindt diens communicatie richting school onvoldoende assertief. Hij verzoekt om een andere GI en een bijzondere curator. De moeder stemt in met verlenging en ziet geen noodzaak voor wijziging van GI of curator.
De kinderrechter oordeelt dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft en verlengt deze tot 4 juli 2025. Het verzoek tot vervanging van de GI wordt afgewezen omdat de huidige situatie geen aanleiding geeft tot wijziging en er geen andere GI beschikbaar is. Ook het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen omdat geen belangenconflict is vastgesteld. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.