De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 juni 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing met drie Cobra’s nabij een woning in Breskens en van lokaalvredebreuk in een besloten lokaal te Breda.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte op 2 januari 2025 drie aan elkaar gebonden Cobra’s bij de voordeur van een woning had aangestoken, waardoor schade aan de voordeur en ramen ontstond en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners aanwezig was. Levensgevaar achtte de rechtbank niet bewezen. Verdachte werd tevens schuldig bevonden aan het wederrechtelijk vertoeven in een besloten lokaal op 27 april 2024.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden gericht op begeleiding en gedragsbeïnvloeding. De straf is lager dan de eis van de officier van justitie vanwege het niet bewezen verklaren van levensgevaar. Verdachte toonde spijt en motivatie tot gedragsverandering, wat meegewogen is in de strafoplegging.
De zaak werd inhoudelijk behandeld op 23 mei 2025, waarbij de verdediging vrijspraak vorderde voor medeplegen, maar de rechtbank dit verweer verwierp wegens onvoldoende bewijs van samenwerking. De rechtbank volgde het reclasseringsadvies voor het opleggen van voorwaarden en toezicht tijdens de proeftijd.