Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de akte inbrenging producties en uitlating van [werknemer]
- de conclusie van repliek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft de vraag of de voormalig werknemer recht heeft op premievrije voortzetting van zijn pensioendeelneming bij de pensioenuitvoeringsstichting vanwege arbeidsongeschiktheid. De werknemer was sinds september 2008 deelnemer in de pensioenregeling en meldde zich ziek in augustus 2009. De arbeidsovereenkomst eindigde op 31 augustus 2009 door het verstrijken van de looptijd, niet door arbeidsongeschiktheid.
De werknemer vorderde dat de pensioenstichting de pensioendoelname zonder premiebetaling zou voortzetten vanaf september 2009, maar de stichting wees dit af. De kantonrechter stelde vast dat het Pensioenreglement 2007 van toepassing is en dat artikel 5.5.1 alleen ziet op de deelnemer, niet op de gewezen deelnemer. Omdat het dienstverband niet wegens arbeidsongeschiktheid is beëindigd, is de werknemer sinds 31 augustus 2009 gewezen deelnemer en heeft hij geen recht op premievrije voortzetting.
De kantonrechter verwierp ook het beroep op het convenant arbeidsongeschiktheidspensioen en de hardheidsclausule, omdat deze niet van toepassing zijn op de situatie van de werknemer. De vorderingen van de werknemer werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer tot premievrije voortzetting van pensioendeelneming wegens arbeidsongeschiktheid worden afgewezen.